Hoofdmenu

  • Home
  • Specialisaties
    • Sportfysiotherapie
    • Volleybalspecialist
    • Oncologische revalidatie
    • Handtherapie
    • Echografie
    • Centraal neurologische aandoeningen
    • Duizeligheid
    • Shockwave therapie
    • Dry needling
    • RunEasi hardloopanalyse
  • Praktijk
  • Team
  • Verzekering
  • Contact
  • Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to footer
De Volleybalspecialist

De Volleybalspecialist

Volleybal-specifieke behandeling afgestemd op jouw sport en positie.

  • Home
  • Specialisaties
    • Sportfysiotherapie
    • Volleybalspecialist
    • Oncologische revalidatie
    • Handtherapie
    • Echografie
    • Centraal neurologische aandoeningen
    • Duizeligheid
    • Shockwave therapie
    • Dry needling
    • RunEasi hardloopanalyse
  • Praktijk
  • Team
  • Verzekering
  • Contact
078 - 651 13 95

frank

Shin Splints; wat is het en hoe kan ik weer zonder pijn springen? 

Shin splints, ook wel springschenen of MTSS genoemd, is één van de meest voorkomende oorzaken van inspanningsafhankelijke klachten aan het been. De aandoening komt het meest voor bij militairen, hardlopers en sporters die veel springen. Dus als je een militair bent én volleybalt, dan is het helemaal bingo!

De klacht kenmerkt zich door pijn aan de binnenzijde van het onderste 1/3e deel van het scheenbeen tijdens sporten. Deze pijn wordt veroorzaakt door overbelasting van het bot. Als je springt komt er druk op de scheen te staan en buigt het bot een klein beetje. Hierdoor ontstaan kleine botscheurtjes.  Botcellen herkennen dit en maken nieuwe botcellen aan zodat de microschade wordt hersteld. Op deze manier wordt het bot dus sterker. Wanneer de microschade te groot is, kunnen de botcellen het niet goed genoeg repareren, waardoor klachten ontstaan. Uit studies blijkt dat zwakte van spieren in het onderbeen dit herstel negatief beïnvloedt. Het bot kan zo meer worden gebogen waardoor al snel grotere schade ontstaat dan het bot aankan. 

Risicofactoren bij volleybal 
  • Overbelasting door o.a. sporten met hoge sprongbelasting, te snelle trainingsopbouw, eenzijdige trainingsvormen, harde ondergrond
  • Spierzwakte of -vermoeidheid: Hierdoor is het dempend vermogen van de spieren verminderd en komt er een grotere belasting op de scheen terecht. 
  • Instabiliteit van de voet/enkel waardoor de spieren op het onderbeen te hard moeten werken
  • Matig schoeisel dat onvoldoende dempt
  • Standsafwijking van de voet
Hoe kan ik weer pijnvrij springen?  
  • Het tijdelijk verminderen van de belasting om zo het bot te laten herstellen
  • Oefeningen om de voetspieren en onderbeenspieren sterker te maken
  • Stabiliteitsoefeningen voor o.a. de voet/enkel. 
  • Indien nodig; schoenen met een goede demping dragen en/of zooltjes laten aanmeten. 
  • Een zorgvuldige opbouw van trainingsbelasting en het variëren van spelvormen zijn essentieel om overbelasting te voorkomen. 
  • De volleybalspecialist kan diverse ‘hands on’ technieken inzetten om het herstel te bevorderen. 
Advies 

Herken je deze klachten, maar belemmerd het je (nog) niet in je spel? Trek dan wel aan de bel, want voor je het weet houdt deze blessure je aan de grond.  

Bron: Moen, M.H., Tol, J.L., Weir, A., Steunebrink, M., & Winter, T.C. de. (2009). Medial tibial stress syndrome; a critical review. Sports Medicine. 39(7), 523-546.

Jumpers knee bij volleyballers: hoe voorkom je dat het jouw spel stil legt? 

Springen, smashen, blokkeren; volleybal is een explosieve sport. Maar al die krachtige sprongen belasten de knieën intensief. Uit onderzoek blijkt dat tot wel 45% van de professionele volleyballers last krijgt van een jumpers knee (patella tendinopathie). Deze blessure is een typische overbelastingklacht van de kniepees. Vaak begint het met zeurende pijn vlak onder de knieschijf tijdens of na trainingen en wedstrijden. In het begin lijkt het onschuldig en verdwijnt de pijn soms weer met rust, maar zonder goede begeleiding kan de klacht chronischer van aard worden. In ernstige gevallen kan dit ervoor zorgen dat sporters maandenlang uitvallen of zelfs hun sport moeten opgeven. 

Risicofactoren bij volleybal 
  • Veel trainingsuren en zware belasting, vooral op harde ondergronden. 
  • Spelpositie: buitenaanvallers en middenblokkeerders lopen extra risico. 
  • Mannen hebben gemiddeld vaker last dan vrouwen. 
  • Een stugge landingsstrategie na een sprong verhoogt de kans op klachten. 
Wat helpt bij herstel en preventie 
  • Excentrische krachtoefeningen, zoals de decline squat, zijn bewezen effectief om de pees sterker te maken. 
  • Balans- en proprioceptietraining helpen niet alleen bij herstel, maar verminderen ook de kans op nieuwe blessures. 
  • Het gebruik van een patellastrap of sporttape kan tijdelijk verlichting geven bij belasting. 
  • Een zorgvuldige opbouw van trainingsbelasting en het variëren van spelvormen zijn essentieel om overbelasting te voorkomen. 
Advies 

Pijn in de kniepees is een signaal dat niet genegeerd mag worden. Hoe eerder klachten serieus worden genomen, hoe groter de kans op volledig herstel. Met de juiste begeleiding kun je vaak sneller en veiliger terugkeren op het volleybalveld, zonder dat de blessure je spel blijvend beïnvloedt. 

Bron: Theodorou, A., Komnos, G., & Hantes, M. (2023). Patellar tendinopathy: an overview of prevalence, risk factors, screening, diagnosis, treatment and prevention. 

Archives of Orthopaedic and Trauma Surgery, 143(11), 6695-6705. 

Schouderklachten bij volleyballers: herkenbaar en te voorkomen

Al jaren werken wij met volleyballers en we zien het vaak gebeuren: spelers die vol enthousiasme trainen en spelen, maar na verloop van tijd last krijgen van hun schouder. Vaak begint het met een zeurend gevoel of wat stijfheid na een training. Niet zelden horen we: “Dat hoort er gewoon bij, toch?”

Maar de schouder is niet zomaar een gewricht. Het is enorm beweeglijk en daardoor kwetsbaar. Juist de herhaalde bewegingen van smashen en serveren vragen veel van dit gewricht. Uit onderzoek blijkt ook dat schouderblessures tot de meest voorkomende klachten in volleybal behoren.

Waarom die schouder zo vaak de klos is

De bewegingen in volleybal zijn krachtig en explosief. Tijdens een smash krijgt je schouder een enorme belasting te verduren, soms meerdere keren je lichaamsgewicht. Doe dat tientallen of honderden keren per week en je begrijpt waarom overbelasting op de loer ligt.

Daarnaast zien we vaak dat bepaalde spiergroepen heel sterk zijn ontwikkeld (bijvoorbeeld de voorste schouderspier en borstspier), terwijl de stabiliserende spieren rond het schouderblad achterblijven. Dit zorgt voor disbalans en vergroot de kans op klachten.

Hoe schouderklachten zich uiten

Wat volleyballers vaak ervaren:

  • pijn aan de voorkant of zijkant van de schouder
  • een zeurend gevoel dat vooral ná het spelen opspeelt
  • minder kracht bij smashen of serveren
  • een instabiel gevoel of stijfheid

Veel spelers blijven doorspelen, maar dat is riskant. Kleine irritaties kunnen uitgroeien tot langdurige blessures en dat wil je natuurlijk liever voorkomen.

Wat kun je zelf doen?

Een aantal eenvoudige maatregelen kan veel schelen:

  1. Warming-up
    Een gerichte warming-up voor je schouders helpt enorm. Denk dynamische rekoefeningen en lichte oefeningen met een elastiek.
  2. Spierbalans trainen
    Werk niet alleen aan kracht “naar voren”, maar ook aan de stabiliserende spieren rond je schouderblad. Die zorgen voor controle en bescherming.
  3. Techniek
    Een goede smash- of serveertechniek vermindert de belasting. Vraag gerust eens feedback van je trainer of een fysiotherapeut met verstand van volleybal
  4. Belasting opbouwen
    Na een pauze of vakantie rustig opbouwen. Niet meteen vijf keer per week knallen.
  5. Luister naar signalen
    Pijn die steeds terugkomt is een signaal. Hoe eerder je erbij bent, hoe sneller je weer pijnvrij kunt spelen.
En als je al klachten hebt?

Rust nemen alléén is zelden de oplossing. Vaak is een combinatie nodig van oefentherapie, spierversterking en een aanpassing in je belasting of techniek. Daar komt de kracht van een sportfysiotherapeut met volleybalervaring naar voren.

Bij de Volleybalspecialist kijken we niet alleen naar de blessure zelf, maar ook naar je positie, je spel en je trainingsbelasting. Samen maken we een plan dat past bij jouw situatie. Het doel is niet alleen herstel, maar ook sterker terug het veld in.

Tot slot

Schouderklachten horen niet bij volleybal, ook al lijkt dat soms zo. Met de juiste aanpak kun je veel ellende voorkomen. En mocht je toch klachten krijgen: wacht niet te lang, want hoe eerder je erbij bent, hoe sneller je weer kunt doen wat je het liefste doet: spelen!

Bron:
Kilic, Ö., Maas, M., Verhagen, E., Zwerver, J., & Gouttebarge, V. (2017). Incidence, aetiology and prevention of musculoskeletal injuries in volleyball: A systematic review of the literature. European Journal of Sport Science, 17(6), 765–793.

Chronische enkelinstabiliteit bij volleyballers: oorzaken, klachten en wat werkt echt? 

Chronische enkelinstabiliteit (CEI) is een veelvoorkomend probleem onder volleyballers. Door de aard van de sport — snelle wendingen, sprongen en landingen — krijgen enkels veel te verduren. Een enkelverzwikking is één van de meest voorkomende acute blessures in volleybal, en helaas kan deze blessure bij een deel van de sporters leiden tot blijvende instabiliteit. Maar wat houdt chronische enkelinstabiliteit precies in? En hoe kun je dit effectief aanpakken? 

Wat is chronische enkelinstabiliteit? 

Chronische enkelinstabiliteit ontstaat wanneer de enkel na herhaalde verstuikingen niet meer voldoende steun biedt. Je voelt regelmatig dat je “door je enkel zakt”, ervaart terugkerende zwellingen, pijn en een gebrek aan vertrouwen tijdens het bewegen. Dit kan het sporten ernstig beperken en het risico op nieuwe blessures verhogen. Bij volleyballers is dit extra frustrerend omdat sprongen en landingen constante eisen stellen aan de voet- en enkelstabiliteit. 

CEI komt veel voor binnen het volleybal, door onder andere herhaalde landingen, plotselinge richtingsveranderingen en competitieve belasting 

Wat werkt? Oefentherapie centraal 

Een meta-analyse gepubliceerd op Physio-Network concludeert dat oefentherapie een bewezen effectieve behandeling is bij chronische enkelinstabiliteit. 

Belangrijkste inzichten uit dat onderzoek: 

✔️ Oefentherapie vermindert symptomen 
Programma’s gericht op kracht, proprioceptie (bewegingsgevoel) en balans tonen consistente verbetering in stabiliteit en klachtenvermindering. 

✔️ Multidimensionale aanpak werkt het best 
Effectieve oefenschema’s combineren spierversterking met balans- en coördinatieoefeningen, in plaats van alleen één type oefening. 

✔️ Resultaten op korte en lange termijn 
De positieve effecten zijn niet alleen merkbaar nadat de therapie is voltooid, maar kunnen ook langere tijd aanhouden als de sporter blijft trainen met aandacht voor stabiliteit. 

Praktische oefentips voor volleyballers 

Hoewel een individueel programma altijd het meest effectief is, zijn hieronder enkele gerichte oefeningen die vaak onderdeel zijn van een CEI-therapie: 

  • Balansoefeningen met een opbouw van statisch naar volleybal specifiek 
  • Krachttraining van onder andere de onderbeenspieren 
  • Proprioceptieve drills zoals reactieve stabiliteitsoefeningen
  • Sport-specifieke integratie zoals het oefenen van landingsmechanica 
Voorkomen is beter dan genezen 

Hoewel oefentherapie een uitstekende behandeling is, is voorkomen natuurlijk nog beter: 

  • Goed herstel na een verstuiking: rust, compressie en elevatie in de acute fase. 
  • Evaluatie door een professional: fysiotherapeut kan zwakke schakels in je voet-enkelketen opsporen. 
  • Specifieke warming-up: gericht op kracht, mobiliteit en stabiliteit vóór training en wedstrijd. 
Conclusie 

Chronische enkelinstabiliteit is een veelvoorkomende en hardnekkige klacht bij volleyballers, maar gelukkig is er een behandeltraject dat evidence-based en effectief is. Zoals de meta-analyse laat zien, kan oefentherapie niet alleen klachten verminderen, maar ook het vertrouwen van spelers in hun enkel herstellen. 

Zhang, C., Luo, Z., Wu, D., Fei, J., Xie, T., & Su, M. (2025). Effectiveness of exercise therapy on chronic ankle instability: A meta-analysis. Scientific Reports, 15, Article 11709. https://doi.org/10.1038/s41598-025-95896-w Nature 

Optionele aanvullende bron (algemene oefentherapie bij CEI) 

Han, J., et al. (2022). Can therapeutic exercises improve proprioception in chronic ankle instability? A systematic review and network meta-analysis. Archives of Physical Medicine and Rehabilitation, 103, 2232–2244 

Footer

privacy statement | disclaimer | Klacht?

Copyright © 2026 · Fysique Fysiotherapie